Boeijink, Boekel, Van der Knaap - schilderijenrestauratie te Haarlem
 voorpagina schilderijenrestauratie  Restauratie en conservering Preventieve conservering (licht, vocht, temperatuur, stof, schimmels enz.)Conserverings management en behoud van collecties Restauratie atelier bedrijfsgegevens: adres, route, KvK nr.  formulier voor vragen en opmerkingen
   






 
   
 
 
Onderhoud en behoud van schilderijen.


Onderhoud en het beheersen van de bewaaromstandigheden vertragen de materiŽle achteruitgang van schilderijen, beschilderde objecten en andere kunstvoorwerpen. Achteruitgang gaat sneller dan men vermoedt, zeker zonder onderhoud en/of onder slechte omstandigheden.
Voorbeelden van schade door slecht onderhoud en slechte klimaatomstandigheden vindt u op de pagina Preventieve conservering.


 naar index onderhoud    Onderhoud

U kunt de schilderijen elke vier tot zes maanden afstoffen, na een grondige inspectie van uw schilderijen op loszittende of afbladderende verf. Plumeaus veroorzaken krassen aan schilderijen en lijsten. Gebruik in plaats daarvan een zachte en schone make-up kwast [foto].
Probeer nooit zelf een schilderij schoon te maken of reinigingsmiddelen te gebruiken op een geschilderd oppervlak. Middelen die in de handel zijn kunnen onherstelbare beschadigingen veroorzaken op de kwetsbare verflagen. Het schoonmaken van schilderijen met aardappelen, uien, andere groenten, broodkruimels of zeep is zeer slecht voor vernis- en verflagen.
Vermijd het gebruik van water, bestrijdingsmiddelen, vernevelaars, luchtverfrissers of meubelsprays in de buurt van kunstwerken. Verwijder schilderijen uit de kamer, voordat u gaat schilderen, stuken of behang afstomen. Hang de schilderijen pas weer terug als de muren en vloeren geheel droog zijn.
Controleer het ophangsysteem en of het schilderij wel stevig genoeg in de lijst zit. Controleer op houtwormgaten [foto], schimmels [foto] en uitwerpselen van insecten [foto].

Bij een goede onderhoud behoort ook een periodieke controle door een restaurator.
Het oppervlaktevuil dient periodiek verwijderd te worden omdat het de vernislaag aantast, de soort en de mate van vervuiling bepaald wanneer dit dient te gebeuren. Het verwijderen van vernissen gebeurt pas wanneer dit echt noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij vergeling. Een licht vergeelde vernis behoeft niet verwijderd te worden.
Wij kunnen u (vrijblijvend) adviseren of oppervlaktevuil- en vernisverwijdering echt nodig is.

Op de pagina schilderijen schoonmaken is meer informatie te vinden over oppervlakte-
behandelingen van schilderijen.
Uitgebreide informatie over het schoonmaken van schilderijen is te vinden op onze website www.schilderijen-schoonmaken.nl


 naar index onderhoud    Behoud

De bewaaromstandigheden van schilderijen zijn tot op zekere hoogte redelijk beheersbaar. Qua temperatuur en luchtvochtigheid houden schilderijen over het algemeen van een omgeving waar ook mensen zich prettig in voelen. Vermijd ongewoon hoge of lage luchtvochtigheid en temperatuur om te voorkomen dat het hout krom trekt, barst of breekt. Kleine fluctuŽringen zijn minder schadelijk dan grote schommelingen in de omgevingskenmerken. Zie Luchtvochtigheid en Temperatuur.
Direct zonlicht kan de oorzaak zijn van het verbleken van bepaalde pigmenten en het vergelen van de vernislaag en te grote warmte op het verfoppervlak. Gebruik indirecte verlichting voor schilderijen. Zie Licht.
Het spreekt vanzelf dat rook van sigaretten of open haarden slecht zijn voor kunstvoorwerpen. Maar ook schimmels, insecten, slechte inlijstingen enzovoort. Zie Behoud diverse.


Een schilderij is kwetsbaar omdat het is samengesteld uit verschillende materialen en grondstoffen die allen verschillend reageren op elkaar en op de omgevingsfactoren als licht, vocht, warmte enz. De keuze van de grondstoffen, de methode van fabricage van deze stoffen tot dragers, grondverven, verven en vernissen en de manier waarop ze zijn verwerkt(aangebracht) bepalen in welke mate een schilderij bijdraagt aan zijn achteruitgang.
Een voorbeeld:
De meest voorkomende dragers van oudere schilderijen in Nederland zijn linnen en eikenhout. Dit zijn hygroscopische materialen d.w.z. ze kunnen vocht uit de lucht opnemen en afstaan. Hierdoor kunnen zij uitzetten, krimpen en vervormen. De, veel toegepaste, olieverf verhardt op den duur en raakt zijn elastisch vermogen kwijt. Een verharde verflaag kan de bewegingen van het linnen of eikenhout niet volgen en barst, en kan wanneer de fluctuaties in de relatieve luchtvochtigheid groot zijn gaan opstaan en afbreken.
Andere hygroscopische materialen die bij schilderijen worden toegepast en aangetroffen zijn:
  • hout zoals gebruikt voor panelen, spieramen, parketering en lijsten
  • plantaardige en dierlijke textielen als linnen, jute, katoen, wol enz. toegepast als drager
  • lijmlagen als voorbewerking bij textiele en houten dragers
  • karton of papier als drager of stukken papier in combinatie met verf
  • aan de achterzijde aangebrachte plakkers van papier of textiel voor reparatie of informatie
  • leer en perkament
  • boombladeren en boombast


De volgende richtlijnen zijn de optimale omstandigheden; in veel situaties zijn deze niet haalbaar. Ze geven een indicatie; u kunt laten meten of bij u de omstandigheden te ver afwijken. Als u zelf meetapparatuur gebruikt voor de meting van de relatieve luchtvochtigheid, laat deze dan regelmatig ijken, bijvoorbeeld haarhygrometers [foto] kunnen op den duur sterk afwijken (zelfs nieuwgekochte!).

 naar index onderhoud    Licht:
Voor gewoon, zichtbaar licht geldt een maximum van 150 Lux bij het belichten van 8 uren per dag. Bij deze waarde geldt dan voor het UV-licht(Ultraviolet-licht) 70 microWatt Lumen. Deze waarde is een cumulatieve berekening; bij minder lichturen kan een hogere waarde toegepast worden. De meeste organische pigmenten zijn gevoelig voor licht, voor deze schilderijen geldt een waarde van 50 Lux en UV 70 mWLumen. Vermijdt direct zonlicht.

Kies bij het aanlichten van schilderijen voor UV arme lampen. Gloeilampen zijn UV arme lampen. Van TL buizen, spaarlampen en halogeenlampen zijn UV arme versies te koop.
Het vermijden van teveel gewoon licht en UV licht van buiten kan d.m.v. gordijnen en filters (UV werende folies en plaatmaterialen).
Goede licht- en temperatuurwerende gordijnen zijn Verosol gordijnen, website Verosol
Een leverancier van UV-werende folies is Dorigo Wierper, website Dorigo Wierper
Een leverancier van (museum) verlichting en armaturen is Erco, website Erco
Plaats lampen op een afstand en onder een schuine hoek (30į), zodat er zo weinig mogelijk spiegelingen optreden.

Een voorbeeld van een slechte verlichting voor schilderijen is de zogenoemde schilderijlamp [foto]. Een aan de bovenzijde van de lijst te monteren spot waarin een gloeilamp geplaatst wordt. De gloeilamp geeft teveel licht en verwarmt plaatselijk het schilderij, hierdoor ontstaat veel schade.
Direct zonlicht geeft eveneens veel schade door de grote hoeveelheid gewoon-, UV- en infrarood (warmte) licht.

Een relatieve-luchtvochtigheidsfluctuatie van 10% (dagelijks of jaarlijks) rond een relatieve luchtvochtigheid van 45% of 55% geeft een laag risico op mechanische schade voor bijna alle organische objecten (Bart Ankersmit - Klimaatwerk 2009 - ISBN 978 8555 025 9).
Probeer condensatie van vocht op kunstwerken te vermijden. Schilderijen die aan muren hangen die kouder zijn dan de temperatuur van de ruimte worden aangetast. Dit kan voorkomen worden door het schilderij van een achterkantbescherming te voorzien en d.m.v. blokjes de ruimte tussen de muur en het schilderij te vergroten, zodat ook de luchtstroom langs de muur ongehinderd door kan gaan, zie verbeterde inlijsting.
Ernstige aantasting ontstaat wanneer een vorstperiode aanbreekt en de ruimte flink verwarmd wordt, in een ongeconditioneerde omgeving kan de relatieve luchtvochtigheid dan snel onder de 20% dalen. Het is ons opgevallen dat schilderijen die in ongeconditioneerde ruimten hangen waar nauwelijks verwarmd wordt, een gelijkmatig verlopende schommeling van de luchtvochtigheid door de seizoenen geen slechte invloed heeft op hun conditie.

Enkele voorbeelden van de invloed van luchtvochtigheid:
-Bij een te hoge relatieve luchtvochtigheid (>65%) kunnen schimmels ontstaan.
-Bij een te lage luchtvochtigheid kan hout (o.a. panelen, lijsten) krom trekken. Schildersdoek zoals linnen en katoen krimpt waardoor een te grote spanning ontstaat, bij wat minder sterke spieramen kan het raam door de kracht van het krimpende linnen kromstrekken.
-Bij schommelingen van de luchtvochtigheid gaan schildersdoek van natuurlijke vezels en het hout van panelen en spieramen krimpen en uitzetten, de verharde verflagen van oude schilderijen kunnen die bewegingen niet meer volgen en breken. Bij panelen met een parkettering deformeert het originele paneel door het verschil in spanning tussen het gedeelte waar de planken zijn aangebracht en de rest, op den duur is aan de voorzijde het patroon van de parkettering te zien als een golfvormige deformatie [foto].
De luchtvochtigheid heeft ook invloed op de spanning van textiele dragers, zo kan het gebeuren dat de spanning van een doek te slap wordt waardoor verf kan breken (craquelť) en deformeren (voorbeelden).
Het uitzetten of krimpen van hout is het sterkst over de breedte van het hout, het aantal centimeters is te berekenen wanneer de verschillende waarden van de relatieve luchtvochtigheid bekend zijn, openen.

Om de relatieve luchtvochtigheid (RH) te beheersen is apparatuur nodig. Dit zijn ontvochtigers en bevochtigers. Of zoals in grotere gebouwen een centrale klimaatbeheersingssysteem.
Vele factoren bepalen de keuze van en de hoeveelheid apparatuur. O.a. de soort objecten of collectie, de plek waar deze zich bevinden (zolder, kelder enz.), de kwaliteit en vermogen van de apparatuur. Ontvochtigers en bevochtigers zijn in verschillende maten en capaciteiten te koop. Zij zijn niet allen even betrouwbaar. Het onderhoud van de apparatuur kost tijd, kennis en geld. Vanwege de complexiteit kunt u zich beter laten adviseren.

Wij hebben veel ervaring opgedaan met het meten, adviseren en verbeteren van klimaatomstandigheden in, qua bouw en klimaat, zeer uiteenlopende ruimten.

De temperatuur dient rond de 18įC te zijn en fluctuaties dienen zoveel mogelijk te worden beperkt. Schommelingen in de temperatuur hebben invloed op de luchtvochtigheid. Infra- rood licht (warmte) zoals in zonlicht vermijden.
De temperatuur heeft invloed op objecten; het kan materialen doen uitzetten en krimpen. Verandering van temperatuur kan, wanneer geen gebruik wordt gemaakt van bevochtigers en ontvochtigers, de relatieve luchtvochtigheid doen dalen en stijgen. Deze eigenschap van de temperatuur kan schade aan objecten veroorzaken. Het is dus van belang de temperatuur constant te houden. Een goede temperatuur is ongeveer 18įC, maar als dat voor een ruimte (b.v. een kelder) betekent dat de relatieve luchtvochtigheid nauwelijks beheersbaar is, is het verstandig de temperatuur zodanig aan te passen dat de relatieve luchtvochtigheid beheersbaar wordt.
Objecten die zijn samengesteld uit meerdere soorten materialen kunnen schade oplopen bij temperatuurswisselingen. Bijvoorbeeld bij een schildering op blik is het mogelijk dat de verflaag het uitzetten en krimpen van het blik niet kan volgen en daardoor barst en losraakt. Het ongelijk verwarmen van een object kan schade veroorzaken. Wanneer een schilderij op doek partieel verwarmd wordt, bijvoorbeeld door zonlicht, kan het doek deformeren. Er ontstaat een verschil in spanning tussen de verwarmde en niet verwarmde plek, waardoor plooien kunnen ontstaan.
Verwarmen door middel van centrale verwarmings systemen met behulp van radiatoren of vloerverwarming kan de relatieve luchtvochtigheid sterk omlaag brengen. Een schilderij dat boven een radiator hangt zal ongetwijfeld zeer snel schade oplopen. In enkele oude gebouwen hebben wij geconstateerd dat de geschilderde panelen die daar al jarenlang in redelijke staat hingen, sterke schade hebben opgelopen in de periode na het plaatsen van CV verwarming of vloerverwarming.
Een schilderij dat zonder achterkantbescherming tegen een koude buitenmuur hangt zal veel sneller dan normaal ouderdoms craquelť [foto] ontwikkelen. Dit voorbeeld toont het verschil, links de onbeschermde kant en de rechter zijde wordt aan de achterkant beschermt door een houten spanraam.
Plaats objecten niet in de buurt van warmtebronnen of koudebronnen, vermijd zonlicht en warme lampen, zorg voor een constante temperatuur en vermijd partiŽle verwarming van objecten.
Wanneer het oppervlak van een schilderij kouder is dan de lucht in de ruimte zal daarop sneller vuil neerslaan, dit gebeurt bij schilderijen die zonder achterkant bescherming tegen een buitenmuur hangen.

Een microklimaat ontstaat wanneer een schilderij luchtdicht verpakt wordt, bijvoorbeeld in plastic. Een slechte situatie ontstaat wanneer binnen de verpakking de temperatuur verandert, dit veroorzaakt een verandering van de luchtvochtigheid. Bijvoorbeeld bij het dalen van de temperatuur kan het percentage relatieve luchtvochtigheid stijgen tot een niveau waardoor schimmelgroei kan ontstaan.


Licht, luchtvochtigheid en temperatuur zijn factoren die beheersbaars zijn, factoren zoals bijvoorbeeld stof, rook, insecten, schimmels en zuren kunnen beter vermeden worden.

Stof en vuil bestaan overwegend uit organische deeltjes, deze trekken vocht en insecten aan en zijn een goede voedingsbodem voor schimmels. Bij enkele luchtbevochtigingsapparaten zijn luchtfilters ingebouwd. Deze zijn in staat stof af te vangen en eventueel (bij koolstoffilters) de chemische luchtverontreiniging te verminderen.
Het verstoffen van de achterzijde van een schilderij op doek kan men tegengaan door een achterkantbescherming (meer).
Voor stof verwijderen zie onderhoud.
Het vormen van een oppervlaktevuillaag aan de voorzijde wordt versneld wanneer het oppervlak kouder is dan de lucht in de ruimte.
Een vettige vuillaag kan ontstaan in ruimtes met bijvoorbeeld een open keuken.
Veel moderne schilderijen in acryl- en olieverf zijn niet voorzien van een vernislaag. Deze onbeschermde acryl- en olieverflagen blijken door de samenstelling van de verven over het algemeen zeer kwetsbaar te zijn, ook voor de meeste middelen die toegepast worden bij oppervlaktevuilafnames. Het is aan te raden om, bij de keuze voor de locatie van een dergelijk object, de kans op vervuiling van het verfoppervlak zo klein mogelijk te houden.
Op de pagina schilderijen schoonmaken is meer informatie te vinden over oppervlaktevuil.

De aanslag van rookwaren en haarden tasten op den duur de vernislaag aan of, bij het ontbreken van de vernislaag, de verflaag. De geelbruine aanslag van rookwaren (teer) houdt stof vast waardoor een vervuilde laag ontstaat waarop en waarin schimmels kunnen ontstaan.
De grijze/zwarte oppervlaktevuillaag die ontstaat door haarden en kaarsen bestaat onder andere uit roet. In roet kan zich een stof bevinden die metaal aantast zoals bijvoorbeeld de kopspijkers, nietjes, bladgoud en ophangsystemen van schilderijen. Deze stof ontstaat voornamelijk bij de verbranding van plastics.

 naar index onderhoud    Insecten:
Probeer besmetting door houtworm en aantasting door andere insecten te voorkomen. Over het algemeen voelen insecten zich prettig in een omgeving met een hoge luchtvochtigheid. Een rustige, donkere en vervuilde omgeving met een hoge luchtvochtigheid (zolders en kelders) is ideaal voor veel insecten die een gevaar zijn voor kunstvoorwerpen. Een omgeving met een besmettingshaard (b.v. een houten zolderdak) kan een gevaar zijn.
Houtworm is te herkennen aan gaatjes in het hout maar ook in de verflaag en andere lagen. De houtwormkever vreet zich namelijk door niet te harde materialen heen naar buiten. De gaatjes variŽren van een deel van een millimeter tot enkele millimeters. De verschillende soorten houtworm bepalen mede het formaat van het uitvlieggat.
Bij oude kunst kunnen de houtwormgaatjes van een oude besmetting zijn maar ook van een nieuwe, het constateren daarvan vergt ervaring.
De bestrijding van houtworm in kunstvoorwerpen is een ingewikkelde zaak. Wanneer u houtwormbesmetting vermoedt dan dient u het object te isoleren en onmiddellijk contact op te nemen met een restaurator.

 naar index onderhoud    Schimmel:
Schimmel groeit op alles waar voedingsstoffen aanwezig zijn, dit kunnen ook licht vervuilde gladde oppervlakten zijn, zoals glas, plastic, vernis, verf enzovoort. De uitwerpselen van insecten zijn een zeer goede voedingsbodem voor schimmels [foto]. De uitwerpselen (fecaliŽn) kunnen eenvoudig op de verf- of vernislaag terechtkomen en hebben een sterk aantastende werking.
Vrijwel alle organische stoffen kunnen onder bepaalde omstandigheden een voedingsbodem zijn voor schimmels.
Schimmel heeft verschillende verschijningsvormen van duidelijk zichtbaar tot vrijwel onzichtbaar. Grote witte pluizen zijn duidelijk te herkennen, kleine stipjes in het vernis niet.
Bij een relatieve luchtvochtigheid boven de 65% ontwikkelen schimmelsporen zich tot schimmels, na ontwikkeling kunnen schimmels doorgroeien in een omgeving met een lagere relatieve luchtvochtigheid. De schimmeldraden zijn in staat andere voorwerpen te besmetten door, na te zijn afgebroken en op een andere plek terechtkomend, door te groeien. Schimmels vormen sporen die door luchtverplaatsing verspreiden waardoor, in een gesloten te vochtige ruimte, een "epidemie" kan ontstaan. Wij hebben epidemieŽn geconstateerd in ruimten waarin, door lekkages van leidingen en daken, een te hoge luchtvochtigheid was ontstaan.
Schimmels zijn in staat vernis en verf aan te tasten. De schimmel vreet zich als het ware naar binnen. Een vervuild schilderdoek (linnen, katoen, jute enz.) kan een bron voor schimmelgroei zijn. Ook wateroplosbare lijmen die onder andere gebruikt worden als eerste laag voor het gronderen en als adhesief bij bedoekingen zijn een goede voedingbodem voor schimmels.

De bestrijding van schimmels is niet eenvoudig en is afhankelijk van hetgeen besmet is omdat de diverse bestrijdingsmethoden verschillende invloed hebben op materialen. De ontwikkeling van bestrijdingsmiddelen en de milieuwetgeving bepalen mede welke middelen de restaurator ten dienst staan.
Neem snel contact met ons op wanneer u schimmel vermoedt en isoleer het object.
Voor meer informatie over schimmels: Centraalbureau voor Schimmelcultures te Baarn
Pas op: sommige schimmels zijn gevaarlijk voor mensen, ventileer de ruimte of zuig de lucht af naar buiten. Draag handschoenen en mondmaskers. Gebruik geen gewone stofzuiger, de schimmelsporen gaan door het filter heen en worden zo de ruimte ingeblazen.


Vermijd materialen die zuren of andere aantastende verbindingen "uitdampen" in de omgeving van kunstvoorwerpen. Enkele voorbeelden zijn plastics met weekmakers, spaanplaat en MDF.
Ook de emissie van eikenhout (formaldehyde) tast voorwerpen aan, bijvoorbeeld voorwerpen van zilver die in een eiken kast bewaard worden kunnen daardoor snel "verdonkeren".

Een inlijsting biedt bescherming aan een schilderij, maar een slechte inlijsting kan beschadigingen veroorzaken (voorbeelden). Bijvoorbeeld: een te vast ingelijst paneel kan, wanneer het door fluctuerende luchtvochtigheid wil uitzetten en krimpen, breken.
Als u een nieuwe lijst wilt kopen voor een schilderij of een schilderij wilt laten behandelen door een restaurator, laat het dan meteen deskundig inlijsten (pagina verbeterde inlijsting).
Zouten van vingerafdrukken op een met bladgoud of -zilver bewerkte lijst kunnen, door een etsende werking, permanente donkere vlekken veroorzaken.

Het ophangsysteem van het schilderij en het ophangsysteem bij de muur dienen voldoende sterk te zijn. Systemen voor aan de muur zijn er in vele soorten en maten. Zorg bij de aanschaf van bijvoorbeeld systemen met rail en ophangdraad dat het belastbaar gewicht ruim wordt overschreden, meestal wordt het belastbaar gewicht op de verpakking vermeldt. Hang schilderijen zoveel mogelijk aan twee draden of haken op. Bij systemen met een perlon koord [foto] dient de haak stevig aan het koord vast te zitten, door warmte kan de haak afglijden.
Kies bij het ophangsysteem van het schilderij voor een gevlochten metaaldraad of een sterk nylonkoord.
Doe een periodieke controle; haken, schroefogen e.d. kunnen roesten en door invloed van luchtvochtigheid, temperatuur of houtwormvraat kunnen deze elementen op den duur losraken, touw verdroogt en enkelvoudig ijzerdraad kan bij knikken breken.

Een opsomming van de belangrijkste factoren.
  • Door menselijk handelen: Veel schade wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Dit kan gebeuren tijdens intern of extern transport (mechanische schades), door het afnemen van een schilderij met een vochtige doek (chemische schade), door vandalisme enz.(voorbeelden), door slechte inlijstingen (voorbeelden), door verouderde restauratietechnieken of door slechte restauraties.
  • Door omgevingsfactoren: Teveel gewoon licht of UV licht, te hoge of te lage relatieve luchtvochtigheid, een sterk fluctuerende luchtvochtigheid, te hoge of lage temperatuur, sterk fluctuerende temperaturen, luchtverontreinigingen, verkeerde berging, lekkages van dak of leidingen.
  • Door biologische aantasting: Insecten (houtworm, boktorren, schimmels, tapijtkevers, motten, zilvervisjes, kakkerlakken, papierluizen enz.), schimmels en knaagdieren.
  • Door chemische stoffen: Zouten van handen, schoonmaak- en poetsmiddelen, insectenfecaliŽn, terpentinedampen, houtworm- en schimmelbestrijdingsmiddelen, zuren uit spaanplaat, zuren uit passepartoutkarton, zuren uit opbergdozen, stoffen uit het voorwerp zelf, brand, blusmiddelen, water, muurverfspatten, rookaanslag enz.


Veel mechanische beschadigingen ontstaan tijdens het vervoer en de berging. Van de veelvoorkomende beschadigingen bij schilderijen als krassen, moeten, gaten en scheuren zijn er, die urgent behandeld dienen te worden omdat op den duur deformering (vervorming) van de drager en/of gronderings- en verflaag kan ontstaan.

Veel beschadigingen aan kunstwerken ontstaan tijdens het interne of externe vervoer. Om de kans op schade te beperken dient u met een aantal factoren rekening te houden.
Is een kunstwerk stabiel genoeg, bijvoorbeeld: is het schilderij goed in de lijst gemonteerd, is het ophangsysteem voldoende sterk, kunt u de lijst aanpakken zonder dat de gipsornamenten afbrokkelen, zit de verflaag goed vast zodat deze bij trillen niet afbladdert enzovoort.
Eerst intensief controleren hoe de staat van een kunstobject is.
Zorg dat het verpakkingsmateriaal het kunstobject niet kan beschadigen. Gebruik eerst plastic (in musea gebruikt men luchtkussenfolie) en dan eventueel een deken om een schilderij te vervoeren. Dit houdt het vochtgehalte en de temperatuur stabiel. Laat een kunstvoorwerp nooit te lang in plastic verpakt zitten vanwege het microklimaat en de weekmakers.
Voorkom dat bij vervoer in de auto de warmte, vooral door direct zonlicht op een verpakt schilderij, tot te hoge waarden kan oplopen.
Is het een lijst met een glasplaat, dan is het verstandig om op het glas een aantal stroken schilderstape te plakken, zodat bij het breken van het glas het kunstwerk niet kan beschadigen door glasscherven.
Controleer van tevoren het traject, past het werk door alle deuren? In de auto? Zijn alle sleutels aanwezig? Als het kunstwerk groot of zwaar is, vraag dan iemand om u te helpen.
Leg kunstvoorwerpen vlak en stabiel in een auto. Wanneer een schilderij staand vervoerd wordt zet deze dan vast met een brede band. Wanneer u meerdere kunstwerken wilt vervoeren, stapel deze niet te hoog op. U kunt beter een keer extra rijden.
Vergeet niet uw kunstwerk(en) te verzekeren voor vervoer.
Er zijn een aantal transportbedrijven die gespecialiseerd zijn in het vervoeren van kunst objecten. Zij maken en leveren speciale kisten en hebben speciaal uitgeruste vervoersmiddelen. Neem contact met ons op als u hierover meer wilt weten.

 naar index onderhoud    Berging:
De berging van schilderijen of collecties is zeer afhankelijk van de beschikbare ruimte en het soort schilderijen of collectie. De beschikbare ruimten zoals zolders, kelders enzovoort zijn qua omgevingsfactoren sterk uiteenlopend.
Ook de inrichting dient afgestemd te worden aan hetgeen opgeslagen dient te worden en de beschikbare ruimte.
Er kan geen algemeen advies gegeven worden en u dient contact met ons op te nemen voor meer informatie.
In ieder geval dient de ruimte te voldoen aan de eisen die gesteld worden aan de omgevingsfactoren voor wat betreft licht, luchtvochtigheid, temperatuur.


Veiligheid en een goede beveiliging behoren ook onder het behoud van een kunstwerk, evenals brandalarmering en -blussers en een calamiteitenplan.
Een calamiteitenplan is in de eerste plaats bedoeld voor de veiligheid van mensen. Voor het beheren van collecties dient een onderdeel aan het plan te worden toegevoegd. De functie van dit onderdeel is om de schade aan de kunstwerken zoveel mogelijk te beperken. Een calamiteitenplan voor collecties is een onderdeel van de passieve conservering, de waarde ervan wordt pas duidelijk tijdens en na een calamiteit. Voorbeelden van calamiteiten zijn brand, waterschade door lekkages, schimmel explosies enzovoort. Hoe kun je kunstwerken beheren en behouden tijdens en na een calamiteit? Het is goed om daar van tevoren over na te denken en afspraken te maken. Het maken van een calamiteitenplan is een ingewikkelde, maar niet te onderschatten, zaak.
Voor uitgebreide informatie:
www.museum-security.org Handleiding voor het maken van een calamiteitenplan.

Voor overige informatie dient u een beveiligingsbedrijf of de brandweer te raadplegen.


Tijdens de inventarisatie van een gemeente collectie begin 2003.
"Daar kan niet veel mee aan de hand zijn", merkte iemand op in een stadhuis van een Nederlandse stad, waar over een periode van tientallen jaren een aantal 17de eeuwse panelen op dezelfde plek hoog aan een wand hangen.
De gedachte is dat als schilderijen hoog, buiten het bereik van mensen, zijn opgehangen er geen schade ontstaat. Helaas bleek dat niet waar, want aan deze panelen mankeerde veel, voornamelijk veroorzaakt door omgevingsfactoren en gebrek aan onderhoud.
De voorzijde was overdekt met een flinke nicotine-aanslag die de vernislaag reeds had aangetast. Op de nicotine-aanslag zaten insectenfecaliŽn waarop schimmels groeiden waardoor een extra aantasting van de vernislaag werd veroorzaakt.
De panelen waren door lange perioden met te lage relatieve luchtvochtigheid (centrale verwarming) inmiddels behoorlijk gekrompen. De spijkers waarmee de panelen in de lijst vastzaten waren zeer roestig, de meeste waren sterk verzwakt en enkele waren "weggeroest". De gekrompen panelen en de verzwakte inlijsting maakten dat enkele panelen los in de lijst "bungelden". Lijstrandbeschadigingen en kieren tussen het paneel en de lijst zijn daar een gevolg van.
De oude en harde verflaag kan het krimpen en uitzetten van de panelen niet volgen waardoor de hechting tussen de lagen en het paneel vermindert. De verflaag is op een aantal plekken gaan opstaan en schilferen, er is verfverlies opgetreden.
De panelen en lijsten waren behoorlijk verstoft, stof neemt vocht op en veroorzaakt daarmee een aantasting van de vernis- en verflagen en vergroot de kans op schimmelgroei. Ook het ophangsysteem was geoxideerd en verzwakt.
De oude retouches waren in de loop der tijd sterk verdonkerd en tonen als storende donkere vlekken.
Al met al zagen de panelen er erbarmelijk uit. Als kunstwerken er zo uitzien wordt er over het algemeen minder voorzichtig mee omgegaan. Het afgebeelde is nauwelijks toegankelijk.

Enkele op ooghoogte opgehangen panelen hingen op bepaalde tijden van de dag in direct zonlicht, de schade die hierdoor ontstaan is hebben we nog niet kunnen bepalen vanwege de slechte toegankelijkheid van de verf- en vernislagen door de dikke nicotine aanslag.



   

Copyright © 2017 Boeijink, Boekel, Van der Knaap Schilderijen restauratie